Het was nacht in Amsterdam
bomen bewogen zachtjes
met winterse wind
was wapperde waterig
op het kleine balkon
onder maanschemering

in het huis was het stil
geen leven en geen dood
slechts een zwijgen
voor duisternis
hield hij zijn mond
zonder woorden
aan de nacht
kleefde zijn ziel
ademde hij leegte
met verschijningen
die niet waar leken

in zijn gedachten
woekerde wolken
wollig en verlegen
in niets verhullende
verleidelijkheid
zag hij haar lichaam
lichtgevend en met
roodfluwelen lippen
nam hij haar op schoot
schaamteloos in een doos
met frisse limonade
zoog hij haar vol
op haar mond
liet hij haar gaan
in zijn gedachten
naar de maan
daar in die droom
hier ver vandaan

het was nacht in Amsterdam
en zij kwam spoken in zijn dromen.

 

 

 

 

 

 

 

 




2015

Ga naar boven