23 februari 2007

Amsterdam

23 februari 2007

 

En laat maar lente
hoeft geen zure pruimen
in verdorde ziel
of voor de kat zijn kut
naar de warme bakker
omdat de jongen
broodnodig
iets moet vinden
over niets wat kon laten
vergeten in het duister
komt de lente vroeger
eerder tot de orde
van dagelijkse zorgen.

 

 

 

Mobar

 

 

  januari 2009

Blikveld van dromen

Door warrig geheugen
gebroken ijs ontlopen
dusdanig ontroerd
dat verder bevriezen
geen doel had
tot conclusie gekomen


om eigen woorden begrijpen

de maan weer zien schijnen
boven duinen en zee


in blikveld dromen
dagen van vroeger vragen
besluiten zonder antwoorden
doorlopen de wanen

een  dunne broek voor de nacht.




Schrijver: Mobar
 
 

Zomernacht juni 2013

 

 

Zomernacht juni 2013

 

Een film over de winter.

Een potlood in mijn hand tekent een gebouw,

maar de onderste steen heeft een ingewikkelde structuur.

De overgebleven wintervogels, in elkaar gedoken bij elkaar,

hebben het op het filmdoek zwaar te verduren.

Ze kunnen nog maar moeilijk aan hun voedsel komen.

De winterzwervers lopen door de straten, de filmstraten,

alsof ze niemand anders zijn. Soms worden ze onzichtbaar

omdat hun naam in het donker klinkt.

 

Het is onwerkelijk deze winterfilm te zien tijdens deze

zomernacht. Violette gaat op zoek naar het oude schrijft

van Mobar Vorstkasteel, niets vermoedend begint zij te lezen.

 

Nachtvracht

 

Armoede en trots van de mensen die in een gedachte zijn blijven

steken, zijn soms zo overbluffend tragisch. Ik identificeer mij daarom met het denken

van een konijn, maar als ik rondhuppel raak ik geshockeerd door de vrolijkheid

waarin ik mij voel.

 

Plaatsvervangend is mijn schaamte wanneer in denk aan sommige hoeren in een telefooncel.

We leven in de tachtiger jaren van de vorige eeuw.

 

Nachtmens

 

Zachte geest

 

Zonder woorden

heeft de zanger geen lied

geen stem om mee te zingen

aan het dankwoord kleeft verdriet

 

er ligt hier geen stilte

in leegte klinkt de volheid van het leven

 

er ligt hier geen niets

 

er ligt hier geen nacht.

 

 

Nachtgedachten

 

Geest

 

Land van vrijheid

kent onrechtvaardigheid

we kunnen de wereld veranderen

we kunnen de wereld veranderen

kom allemaal naar de stad

land van vrijheid

we willen geen onrechtvaardigheid

we willen eerlijkheid voor iedereen

we willen waardering

we genieten van de waarheid

 

we kunnen de wereld veranderen.

 

( Hij heeft niet de emoties, gedachtes

of gevoel, om lief te hebben in stilte.)

 

( De hemel houdt de sterren vast, ze vallen soms in tijd,

maar dat maakt geen verschil.)

 

( Neem mijn boeketwijn mee naar de zee.)

 

( Er is ruimte voor gevoel.)

 

 

Mobar, 1994 – 2013, Amsterdam.

 
 

Vrijdag 21 Juni 2013

 

Amsterdam

Violette leest in het oude schrift

van Mobar Vorstkasteel.

 

Avondmens

 

Het moeras van de vorige eeuw.

Het wonder van het water bij de sneeuw.

 

Avondgeest

 

Ik hou meer dan ooit van tijd.

Ik vergeet vaker dan vroeger.

 

Avondziel

 

Door de naaktheid

was het voor te stellen

waarom het zo was.

 

Avondschim

 

Biergranen maannacht

paard wagen, onzichtbaar waterpad.

 

Avondweg

 

Gebed van zachte regen;

Er staat een hijskraan op de wolken

De wolken zijn oranje.

Een kruier brengt de sneeuwstrepen naar het eiland,

Daar ginder is het land van stenen klompen.

In die verte klemt de echo zich vast aan de kille stilte op straat.

 

Avonddorp

 

Een lichaam lig nog onverhoopt te wachten,

dan moet je maar denken

dat ik nooit aan je dacht

Dan kun je praten zo veel als je wilt.

En zeg me dat je terug bent uit je streken.

Ik ben alleen gekomen om alleen weg te gaan.

 

Avondstad

 

De zomer heeft zijn eigen tooi.

Een hoge zwaluw zonder straat.

Een hemellichaam zonder baard.

 

( Een dwaze huilbui tussen het hooi.)

 

Avondland

 

Er zit een zwarte kraai op het dak

aan de overkant ruikt hij

aan zijn pootjes

met zijn snavel

naar beneden

met zijn snavel

van verf.

 

Avondwereld

 

Er gaat niets boven vrijheid.

 

 

Mobar 1996 – 2013.

 

Regendag 22 Juni 2013

 

 

Violette heeft haar dag niet, het regent overal in Amsterdam.

De groentesoep pruttelt in haar keuken.

Ze leest een kort verhaal van Mobar, hij schreef het

op 24 Oktober 2012.

 

De oude toon van Amsterdam

 

Het is herfst in Amsterdam en in de straten klinkt een oude toon van afscheid nemen. Tijdens de zomer was je bij me, in mijn verlangen en in mijn heimwee, nu verdwijn je in een vergeetkoffer op weg naar een Iglo, op de noordpool waar je de winter in jouw hoofd kan dragen.
Misschien dat je mij nog schrijft, maar ik wil jouw heimweebrieven vergeten, te lang heb jij gedacht dat ik na de zondeval nog klaarheid zou vinden over hoe je mij bedroog, vaak met een ander, maar ook dikwijls met jezelf, die niet wist hoe je mij moest bereiken.

Jou terug schrijven doe ik niet, je deed nooit een beroep op mijn intelligentie, je deed me af als een nitwit, alsof domme mensen geen gevoelens hebben.

Ik ga de strijd ook niet meer aan, ik weet wat ik aan mezelf heb, en wat ik aan jou heb gehad.
Ik sluit de koffer zonder sarcasme, probeer een nieuw product voor in bad, en bedenk me dat ook de meest uitzonderlijke schoonheid vergankelijk is, omdat het ooit weer zomer zal worden.

Ik bewaar de oude toon van Amsterdam in mijn nachtkastje, en haal wat stof uit mijn lijdzaam verlangen om je toch een brief te schrijven.

Een brief aan een onbekende ik.

 

Mobar.

 

Violette pakt een gedichtenbundel van

Emily Dickinson uit de kast.

 

 

67

 

Succes geldt als het zoetste

Voor hen die nooit eens slagen.

Wie nectar wil begrijpen

Moet bittere nood ervaren.

 

Niet één van heel het purperen Leger

Dat heden viert

Kan ooit een Zege

Definiëren, zo precies

 

Als hij, verslagen – stervend –

In wiens verboden oor

De verre flarden van triomf

Vol angst en helder openbarsten!

 

Emily Dickinson.

 

 

182

 

 

Als ik niet langer leven zou

Als ’t roodborstje er is,

Geef die dan met de Rode Das,

Een kruimel ter Gedachtenis.

 

Kan ik je niet meer danken

Omdat de slaap me vond,

Weet dan dat ik hard probeer

Met mijn Granieten mond!

 

 

 

Emily Dickinson.

 

190

 

Eens was Hij zwak en ik was sterk –

Dus mocht ik Hem naar binnen leiden –

Dan was ik zwak en Hij was sterk –

Dus bracht Hij mij – naar Huis.

 

Het was niet ver – de deur dichtbij –

Het was niet donker – Hij ging – mee –

Het was niet luid, want Hij zei niets –

En meer moest ik niet weten.

 

Dag klopte aan – wij moesten gaan –

Geen – die de sterkste indruk liet –

Hij wou het wel – ik wou het – ook –

Toch – deden wij het niet !

 

 

Emily Dickinson.

 

249

 

Wilde Nachten!

Als wij die maar deelden

Werden Wilde Nachten

Een weelde!

 

Vergeefs – de Wind –

Voor een aangemeerd Hart –

Weg met het Kompas –

Weg met de Kaart!

 

Roeien in Eden –

Ah, de Zee!

Lag ik maar zacht – Vannacht –

Aan je ree!

 

 

 

 

 

Emily Dickinson.

 

 

274

 

De enige Geest die ik ooit zag

Ging steeds in Kant gekleed –

Dus droeg hij geen sandalen –

Hij ging als vlokken sneeuw –

 

Zijn Pas – geluidloos, als de Vogel –

Maar als een Ree – zo rap –

Zijn stijl, apart Mozaïsch –

Of blij, een Maretak –

 

Zijn woorden – zeldzaam –

Zijn lach klonk als de Wind –

Die door de sombere Bomen Rimpelt

En daar zijn einde vindt –

 

Ons onderhoud – zo tijdelijk –

Voor mij, hijzelf was schuw –

En God verbood dat ik om zou kijken –

Sinds dat onstellend uur!

 

Emily Dickinson.

 

 

 

Regendag 22 Juni 2013

 

 

Violette heeft haar dag niet, het regent overal in Amsterdam.

De groentesoep pruttelt in haar keuken.

Ze leest een kort verhaal van Mobar, hij schreef het

op 24 Oktober 2012.

 

De oude toon van Amsterdam

 

Het is herfst in Amsterdam en in de straten klinkt een oude toon van afscheid nemen. Tijdens de zomer was je bij me, in mijn verlangen en in mijn heimwee, nu verdwijn je in een vergeetkoffer op weg naar een Iglo, op de noordpool waar je de winter in jouw hoofd kan dragen.
Misschien dat je mij nog schrijft, maar ik wil jouw heimweebrieven vergeten, te lang heb jij gedacht dat ik na de zondeval nog klaarheid zou vinden over hoe je mij bedroog, vaak met een ander, maar ook dikwijls met jezelf, die niet wist hoe je mij moest bereiken.

Jou terug schrijven doe ik niet, je deed nooit een beroep op mijn intelligentie, je deed me af als een nitwit, alsof domme mensen geen gevoelens hebben.

Ik ga de strijd ook niet meer aan, ik weet wat ik aan mezelf heb, en wat ik aan jou heb gehad.
Ik sluit de koffer zonder sarcasme, probeer een nieuw product voor in bad, en bedenk me dat ook de meest uitzonderlijke schoonheid vergankelijk is, omdat het ooit weer zomer zal worden.

Ik bewaar de oude toon van Amsterdam in mijn nachtkastje, en haal wat stof uit mijn lijdzaam verlangen om je toch een brief te schrijven.

Een brief aan een onbekende ik.

 

Mobar.

 

Violette pakt een gedichtenbundel van

Emily Dickinson uit de kast.

 

 

67

 

Succes geldt als het zoetste

Voor hen die nooit eens slagen.

Wie nectar wil begrijpen

Moet bittere nood ervaren.

 

Niet één van heel het purperen Leger

Dat heden viert

Kan ooit een Zege

Definiëren, zo precies

 

Als hij, verslagen – stervend –

In wiens verboden oor

De verre flarden van triomf

Vol angst en helder openbarsten!

 

Emily Dickinson.

 

 

182

 

 

Als ik niet langer leven zou

Als ’t roodborstje er is,

Geef die dan met de Rode Das,

Een kruimel ter Gedachtenis.

 

Kan ik je niet meer danken

Omdat de slaap me vond,

Weet dan dat ik hard probeer

Met mijn Granieten mond!

 

 

 

Emily Dickinson.

 

190

 

Eens was Hij zwak en ik was sterk –

Dus mocht ik Hem naar binnen leiden –

Dan was ik zwak en Hij was sterk –

Dus bracht Hij mij – naar Huis.

 

Het was niet ver – de deur dichtbij –

Het was niet donker – Hij ging – mee –

Het was niet luid, want Hij zei niets –

En meer moest ik niet weten.

 

Dag klopte aan – wij moesten gaan –

Geen – die de sterkste indruk liet –

Hij wou het wel – ik wou het – ook –

Toch – deden wij het niet !

 

 

Emily Dickinson.

 

249

 

Wilde Nachten!

Als wij die maar deelden

Werden Wilde Nachten

Een weelde!

 

Vergeefs – de Wind –

Voor een aangemeerd Hart –

Weg met het Kompas –

Weg met de Kaart!

 

Roeien in Eden –

Ah, de Zee!

Lag ik maar zacht – Vannacht –

Aan je ree!

 

 

 

 

 

Emily Dickinson.

 

 

274

 

De enige Geest die ik ooit zag

Ging steeds in Kant gekleed –

Dus droeg hij geen sandalen –

Hij ging als vlokken sneeuw –

 

Zijn Pas – geluidloos, als de Vogel –

Maar als een Ree – zo rap –

Zijn stijl, apart Mozaïsch –

Of blij, een Maretak –

 

Zijn woorden – zeldzaam –

Zijn lach klonk als de Wind –

Die door de sombere Bomen Rimpelt

En daar zijn einde vindt –

 

Ons onderhoud – zo tijdelijk –

Voor mij, hijzelf was schuw –

En God verbood dat ik om zou kijken –

Sinds dat onstellend uur!

 

Emily Dickinson.

 

 

15 Oktober 2013 - 51

Verjaardag

 

Den Haag vijftien oktober tweeduizend en dertien
 
vier uur veertig in de vroegte van deze morgen
ik ben me er van bewust dat het zowel in Amsterdam
als in Den Haag, wat stil zal zijn op straat
vanuit sommige dakgoten klinken de liefdes sonates
van  enkele dwalende  katers
hoge bomen vangen de wind en de regendruppels op
in half gekleurde koperen herfstbladeren
 
hoewel ik in Den Haag, volg ik mijn verdwaalde voetstappen
in Amsterdam, de stad van de vandaag jarige dichter
ik voel hoe de bomen buigen in een statige felicitatie
het zijn  de bomen van Mobar Vorstkasteel
en ik zie dromen,  ze dragen liefde, ze dragen heimwee
ze dragen tranen, maar ook dragen ze guirlandes met foto's
van poezekopjes, dis heerlijk smikkelen
van verjaardag lekkers muizen van appelcake en taart
 
Jarige dichter, ik weet het nog allemaal
hoe je me leerde van de sfeer van jouw woorden 
te gaan houden,hoe ik je tekeningen eindeloos
kan bewonderen je gedichten zo anders dan mijn  fluisteringen
hardop las en lees en er steeds iets in ontdek
 
mag ik je feliciteren met de woorden
 
Van Harte
 
en daar  mee en daar in heb ik al mijn wensen
voor jou neer gezet
 
dikke verjaarskus Cobie
 
 

maandag 9 november 2009

Beste Jas

 
Beste Jas, ik heb Mirjam gezoend in een telefooncel. We hadden gezelschap van een mus. Ik ben al drie weken niet naar school geweest. We slenteren soms dagenlang door winkelstraten, zomaar staren in de mooie etalages, wetend dat we toch nooit iets kunnen kopen. Ik heb haar verteld over mijn zangeres, maar ze gelooft me niet. Mirjam heeft mij nooit willen geloven, maar ik ben blij dat we gezoend hebben. Ik heb nadien een briefje in de telefooncel achtergelaten.Ik ben bijgelovig geworden, sinds de dood van die jongen uit mijn klas.Het was een eenvoudig versje over kleuren, in het Engels, en ze had er een luchtje overheen gegooid. Laat iemand anders het maar vinden, ik ben een eendagsvlieg,niet geschikt voor de liefde. Ik moet tegen een boksbal kunnen slaan om mijn agressie kwijt te kunnen. Ik geloof niet meer in inktvlekken. Beste Jas, ik wil er niet omheen draaien, ik heb je nodig, steeds meer nodig.Het wordt kouder, winter nadert met grote voetstappen, ruige wind en onstuimige regen, koude laaghangende mist, vreemde lucide dromen. Mirjam ziet me waarschijnlijk nooit meer terug, want ik moet naar een andere school. Ik ben ook naar een andere buurt in de stad verhuisd, ik woon nu in een kraakpand zonder de wanhoop van mijn ouders.Beste Jas, ik weet niet waarom jij mij niet geloofde, toen ik je vorige week zaterdag eindelijk sprak, door de krakende telefoon. Mijn stem trilde door ontroering. Ik had je erg gemist. Ik begrijp dat jij je nu jaren ouder voelt, door de lange strenge winters van weleer, maar ik baal ervan dat ze jou van mij hebben gestolen, mij niet de kans hebben gegeven met je vertrouwd te raken.Mijn oude stem was zwak, verzwakt door de honger naar jouw warmte Jas, maar ik moest je iets vertellen, Jas, ik had plotseling de drang om jou te bellen, omdat ik je nodig had. Het leek alsof de telefooncel nog steeds naar dat briefje rook, het was iets in het Engels met kleuren en het rook naar viooltjes, zoete viooltjes.Jas, ik moest je vertellen waarom ik jaren geleden dat zelfportret dat bij jou aan de muur hangt, in de grote kamer, ik moest je vertellen, waarom ik dat gemaakt had, maar jij liet me niet uit praten en ik begon te herhalen wat ik gezegd had. Ik herhaalde mijn woorden als een oude idioot, door mijn twijfels of je wel luisterde Jas. Maar of je luisterde bleef een geheim. Je had mij met mijn huiswerk geholpen, ik had je uitgelegd dat het niet meer hoefde, dat ik naar een andere school zou gaan, en nieuwe vrienden zou gaan zoeken.Het ergste vond ik dat je mij niet wilde geloven over de betoverde prins uit het Oosten, dat jij zei dat het portret een oliebaron uit Koeweit was. Hoe pijnlijk, want jij wist waarom destijds de grondoorlog was begonnen. En hoe ik alle rijkdom verachtte, kinderprostitutie, en misbruik van machtsmiddelen incluis. Religie draaide maar om één ding, macht en misbruik van macht en olie. Geen waarheid die daar iets aan veranderde. Alle wapens in de wereld steunde het geweld.En arme gelovige mensen werden er de dupe van, moord, geweld en ellende.Iedereen wist dat er een wereldwijde dreiging vanuit ging. We waren bang hier in de stad. Zelfs in de binnenstad werd er toiletpapier gehamsterd, en noodzakelijke benodigdheden als suiker, koffie, thee, afbakbrood, tabak, lucifers, deegwaren, tomatensaus en houdbare melk. We waren bang voor een inval van de M.E.Ik zou geen oliebaron durven schetsen, maar jij bleef aandringen, mij telkens vragen naar een waarheid, een waarom dat ik niet voor jou kon schilderen.Alsof ik alles kon schilderen wat jij verlangde, alles wat in de werkelijkheid bestond. Alles of oorlog en vrede, alle stillevens van de dood.Net als die vriendin van jou, die furore maakte in de scène, en met veel minder woorden dan ik aan haar onbelegde brood kwam.Muziek was schaars in die tijd, maar mijn blonde zangeres kwam telkens terug, en ik tekende met graagte haar ronde borsten, en de wulpse glimlach rond haar mond.Iedere keer wanneer ze uitgezongen was, stond ze gewillig model voor mijn ezel,die in de kamer stond omdat het in de stal te koud was.Niet dat het veel uitmaakte, er zaten gaten in de muren, en alleen de gezamenlijke kamer werd verwarmd, mijn kamer was als half gesloopt, maar het maakte niet uit, ik had een dak en een vriendin boven mijn hoofd.Mirjam wist toen nog niet van Jolanda.Ik hield van haar als van een geheime liefde, zo prachtig zong zij in de nacht.Jas, ik had een schriftelijk contact met een socioloog, die geen onderscheid tussen ironie en sarcasme kon maken. Hij scheef mij brieven voor het begin van de grondoorlog, toen ik nog niet wist dat ik voor verhuizing in aanmerking kwam,om eindelijk een einde aan deze ellende te maken. Het kraakpand waarin ik woonde werd bewoond door anarchisten, degene met de grootste mond had het voortdurend op mij gemunt. Er was geen structuur in mijn leven, alleen de drank en de verveling zorgden voor enige regelmaat naast de muziek. Ik voelde mij een buitenbeentje, net als mijn andere vrienden zonder woning. Een goede vriend zonder woning is als een koninkrijk bevolkt door republikeinen. Ik zag voor het eerst op CNN de beelden van bombardementen van Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen op Bagdad. Indrukwekkende beelden, precisie bombardementen, een staaltje techniek van de westerse wereld, dood en ellende aanrichtend. Mijn huisgenoten hadden de gelegenheid aangegrepen om onbeperkt te drinken, en zeiken, vooral zeiken, totdat er niets meer te zeiken viel.Op een vrijdagavond gingen Joop en ik naar een housefeest in een kraakpand even buiten Amsterdam. Ik weet niet meer hoe, maar ik werd dronken en high, whisky cola, bier, witte weduwe en noordelijk licht. Ik danste de longen uit mijn lijf. Ik wilde die oorlog, en mijn woonsituatie, zo moedig mogelijk vergeten. Ik walgde van die oorlog, en het kraakpand, en hield enorm van dansen.Over het verhaal van de terugreis weet ik alleen, dat ik plotseling goed kon dichten, zonder het wezen van de taal te verliezen. Hoe dan ook, ik ben thuisgekomen en was voortaan overgeleverd aan mijn dromen.Ik herinnerde mij gezichten, dansende mensen die ook op het feest aanwezig waren, en in die verwarring kwam het tot een ontlading, een schildering, uiteindelijk een zelfportret, want verder kon ik toen niet komen zoveel onmacht voelde ik voortaan in mijn lijf. En jij had wel een paar grijpstuivers over voor de pijn die uit het portret sprak. De bitterheid en het verdriet, teleurstelling en ongeloof. Het was een grimmig portret geworden, iets waar jij als Jas je goed bij voelde, liet je mij weten na de aanschaf van een dure lijst, met ontspiegeld glas.Je vrienden hadden geproost met een goed glas cognac, en je had me een kaartje gestuurd dat je blij was met de nieuwe aanschaf. *



© november 2009, mobar
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ga naar boven