© mobar. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.

 

 

 

Mobar

 

 

 

 

 

Astronaut 

 

Jouw naam zat niet eerder in mijn gedachten
ik las nooit kranten en had angst voor de dood
maar jij moest dansen en wist van wanten
je steeg op naar de maan vanaf de goot

toen ik je naderde, strooide je sterren
sommige zo eenzaam als mijn hart
andere zo vreugdevol als mijn ziel
ik begon jouw naam te begrijpen

en het kwam niet door de stilte
die ik in mijn zwijgen bij me droeg
of door het heengaan van de zon
die ons deze zomer nooit bedrogen had

we zaten samen in die carrousel
van hevige emoties en teloorgang
alsof de vergankelijkheid
ons een kus gaf

en wij trots waren sindsdien.

 

  

Mobar

 

 

 

© mobar. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.

 

 

 

 


 

 

Het bontje

 
Beste literaire vriend
van het onbezonnen eiland,
U had, met een zeer mooie woordkeuze,
een treffend en hopelijk
door vele mensen gelezen
anti - oorlogsgedicht geschreven,
maar er kwam een storm
van emoties over mij heen
toen ik een dag later las
dat U voor het feest, voor de schrijvers
van de tijd, een bontje had willen dragen.
Het leek mij verschrikkelijk
om een door mij bewonderde literator
van een hemelshoog kaliber, in een bontje te zien,
tijdens het belijdende feest,
 
maar gelukkig was het fictie,
en bleek hetgeen u schreef
de toets der waarheid niet te overtreffen.
Het bontje leek te zijn verzonnen,
maar toch baarde het bontje onrust bij mij.
En ik had in mijn stoutste dromen
niet kunnen verwachten,
dat het bontje door u verzonnen was,
in plaats van aan een onbezonnen dier
toe te behoren,
de vierde oktober
van het oorlogsjaar,
waarin de zon geboren werd.
 
375

 

 


 

 

 

Alfons is een dromer

Woensdag 2 november 2011


Alfons is een dromer

Alfons leest alsof zijn leven er van afhangt.
Vrienden van Adriaan Worteldans hebben hem ooit
een ongeletterde analfabeet genoemd, een groene proletariër met blauwe vingers en dat is hij eigenlijk nooit vergeten.
De liefde bedrijven met een analfabeet
is als de liefde bedrijven met een schilderende
aap, in beide gevallen is het resultaat
van de liefde onoverwinnelijk, en net zo
maagdelijk als een nooit genoten jeugdliefde,
die jas met een bontkraag, dat natte moment
in de jongenstoiletten, beter opletten, geen enkele
druppel tijdens het tellen van de tijd.
In dit druppelland zorgt de regen voor wonderen.
Wie is die Sylvanus eigenlijk, om zo over
de toekomst te vertellen, alsof hij over een landkaart
loopt met reuzenlaarzen. Alfons Antana is moe.
Het maakt niet uit hoeveel hij leest, de vrienden
van Adriaan Worteldans zullen hem altijd met een primaat
blijven verwarren, terwijl hij erkenning voor zichzelf
zoekt in de dierenwereld, net zoals Hubert Stuipje.
Hij herinnert zich een dronkenschap, hij was achttien, negentien jaar oud,
misschien, hij had een onderonsje met Arnold Roodkop,
ze waren dronken en melig en spraken over
de punk beweging. Arnold Roodkop zag Alfons Antana als een leider.
Een progressieve malloot met een visie, vertegenwoordiger
van de klas in de medezeggenschapsraad van
de Middelbare Tuinbouwschool. Alfons Antana was wat
blufferig tegenover de iets jongere Arnold, en opeens
was daar die natte mannenkus vol op de mond.
Arnold Roodkop kreeg een rode kop en liep
weg om nooit meer terug te keren in de klas van Alfons,
een examen
eerder nam hij de afslag naar de paprikateelt
daar waar Alfons in de potplanten verder ging.







(fragment?)
 
Schrijver: Mobar V., Amsterdam.

 


 

 

 

 

Huilende maagd

 

“ Maybe you will come back, some cold and rainy day when summer is over, sun will not return, or stay away autumn and winter, somewhere out of town, I shall learn to swim to the moon above my life and I will wait, till you take me back where I belong.” het leek Etarius , zanger van de blote band, geen gek idee eens een lied in het Engels te brengen. Het ging niet goed met de economie, en Engelstalig verkocht veel beter dan in het Nederlands. Hij was al bezig met het ontwerpen van een hoes voor zijn nieuwe cd, die niemand via het internet kon downloaden.
Op een zondag, het was tijdens de meimaand, de vogels zongen opgewonden, trok hij in gezelschap van een blikje bier en een banjo naar het Amsterdamse Oosterpark voor een plek onder de bomen. Hij zong daar met stoutmoedige stem:
“ Maybe you will come back, some cold and rainy day when summer is over, sun will not return, or stay away autumn and winter, somewhere out of town, I shall learn to swim to the moon above my life and I will wait, till you take me back where I belong.”
De voorbijgangers waren niet direct laaiend enthousiast, zijn stem was moe,  zij hielden meer van de Eagles, zijn banjo raakte ontstemd, sommigen gunden hem een weemoedige blik, maar van de grijpstuivers die er aan het begin van de avond in zijn pet lagen kocht hij een patatje oorlog zodat zijn buik weer vrede had. Met een klein beetje voedsel in de maag was het leven voor de Amsterdamse zwerver een heel stuk aangenamer. De mensen in de daklozenopvang waren inmiddels aan zijn gejammer gewend. Hij dacht zelf dat hij een muzikaal genie was, zij dachten daar anders over, maar zij steunden zijn besluit om aan de voice of Holland mee te doen. Er draaide geen enkele stoel om tijdens zijn auditie, maar het publiek had van zijn voorstelling genoten, zij zagen wel in dat er in hem een artiest school, zij dachten dat de mening van de jury voortgekomen was uit vooroordelen en commerciële belangen

Uit het hele land kwamen er telefoontjes van café-eigenaren die op zoek waren naar een zanger als Etarius. Steeds meer mensen leerden Etarius kenden, ze vonden zijn muziek behoorlijk tof. Het geld dat hij verdiende spaarde hij op voor de opname van zijn muziekalbum: “Flowers of summer.”

“ Maybe you will come back, some cold and rainy day when summer is over, sun will not return, or stay away autumn and winter, somewhere out of town, I shall learn to swim to the moon above my life and I will wait, till you take me back where I belong.”

 klonk er in de opvang voor psychiatrische patiënten waar ook Alfons verbleef. Toen Etarius eindelijk de zaal met zijn banjo verliet zette Alfons de radio aan.

 “Ik heb het gered in de jungle van het leven, op de een of andere manier kwam ik er doorheen, ik wist niet hoe verloren ik was, totdat ik jou tegenkwam, ik was niet compleet verslagen ik had het gewoon gehad, ik was droevig en treurig, maar jij liet me voelen ja, jij liet me voelen glanzend en nieuw, als een maagd, voor de eerste keer aangeraakt,  als een maagd omdat ik jouw hart hoorde kloppen naast mijn hart. “

Madonna liet haar zangkunsten via de liedjesradio de kamer binnen stromen.

Ja,  die verliefdheden gaan soms over, dacht Alfons bij zichzelf, een week na zijn verhuizing.
Hij moest bekennen dat hij ook niet wist waarom, maar hij snapte wel, gezien de aard der dingen en de cyclus van Alles, dat het zo ging  Hij moest aan Pessoa denken, dus de vraag of hij nog steeds zoveel las was wel beantwoord. Van alles eigenlijk.
Hij woonde inderdaad weer in Amsterdam. Hij genoot eigenlijk van de absentie van drukte. Wat betreft dichten kwam er weinig van terecht. Hij schreef wel eens iets op een los blaadje of in een notitieblokje, maar niets noemenswaardigs. Hij was meer spons dan kraan.
“Ik heb het gered in de jungle van het leven, op de een of andere manier kwam ik er doorheen, ik wist niet hoe verloren ik was, totdat ik jou tegenkwam.”

Madonna klonk hijgerig, dat kwam niet door haar leeftijd

Alfons draaide aan de knop van de radio, een andere zender met andere muziek

 

“Ik probeerde er om te lachen, het te bedekken met leugens, ik probeerde erom te lachen, de tranen in mijn ogen verscholen omdat jongens niet huilen, jongens huilen niet.” de liedjesradio klonk zachtjes en liet een lied van the Cure horen.
Alfons had de piano aan de buurvrouw gegeven. Hij zat bij de paashaas, kerstfeest te vieren in een ruime villa, die zij van sinterklaas had gekregen. Hij herinnerde zich de dagen dat jullie in de rode sportwagen door Europa reisden, kampeerden op de meest afgelegen plaatsen bij rivieren, meren, in bossen aan de rand van steden, dorpen, gehuchten.
“Ik probeerde erom te lachen, de tranen in mijn ogen verscholen omdat jongens niet huilen, jongens huilen niet.” Alfons voelde tranen in zijn ogen opkomen.
Dit jaar zou alles anders zijn. Alfons las jouw brieven nogmaals nauwkeurig door, en begreep waarom jullie afscheid moesten nemen. Er zat te weinig ruimte in jouw denken om hem nog te kunnen begrijpen, en Alfons kon niet meer tegen die belerende oppervlakkigheid.
“Ik zou je vertellen dat ik van je hou, als ik dacht dat je zou blijven, maar ik weet dat het geen zin heeft, omdat je me al geruime tijd hebt verlaten.” klonk er zachtjes door de liedjesradio, terwijl Alfons liefdevol aan jou dacht legde de paashaas een ei in de schuur, naast het droef betraande kerstkindje. Het jaar was bijna afgelopen, er waren voldoende redenen om afscheid te nemen. Een traan rolde over zijn wangen, en daarna nog een traan en nog een traan. Hij vond het erg dat hij nog maagd was.

 

 

407

 

 

 

 

 

 


 

 

Maar wij zijn hongerig 389

“Hun buiken vol, maar wij zijn hongerig” klinkt het door het koptelefoontje van de walkman van Thomas. Hij heeft de muziek van Bob Marley twee weken geleden leren kennen en “Hun buiken vol, maar wij zijn hongerig” is zijn favoriete liedje. Heerlijke muziek om in de winterse natuur te beluisteren, maar nu zet hij de muziek even uit omdat zijn vriend ernstig en vragend naar hem kijkt.

"Ik zal je naam nooit verklappen, ook al martelen ze mij met rattenklemmen of billenknijpers. Ook al dwingen ze me vier jaar lang iedere dag een gedicht te schrijven over dezelfde theemuts.” De stem van de jongeman lijkt soms wat wanhopig. “Ook al zeggen ze dat de waarheid geen dichters kent.” Nog wanhopiger.
"Ik ben blij dat jij mijn vriend bent".....
Twee bevriende achttienjarige jongens zijn in de natuur om de winterdieren te voeren.
Thomas heeft kastanje bruine haren, en draagt een dikke groene jas. Hij mag de naam van zijn vriend niet verklappen, dat hebben ze aan elkaar beloofd.
Als ze midden op het vogeleiland zijn vinden ze op het winterse eiland nog bevroren sporen van de zomer terug. Ze weten al jaren dat daar de kist staat. Maar hebben beloofd over de kist te zwijgen, alleen, wanneer de droomwereld het toestaat gaan ze terug naar de kist.
Op een afgelegen plek tegen een oude boom staat de grote houten kist. Nieuwsgierig halen ze de oude rottende bladeren van het deksel van de grote kist. Op de kist zit een koperen plaat met daarin een naam gegraveerd.

"James Absurdy"

De kist is afgesloten met een hangslot. Nooit eerder durfden ze de kist te openen, maar nu is het moment gekomen. Na wat gerommel met een zakmes lukt het Thomas de kist open te krijgen. Verbaasde ogen kijken naar de papieren, schriften en boeken in de kist.

Als ze verder in de kist kijken vinden ze allemaal handgeschreven gedichten die mensen hadden geschreven vanaf het jaar 2005 tot aan het jaar 2015. Gedichten van Aafje Omber, Alfons Antana, Arnold Roodkop, Violette Zandheuvel, Jaap Smet, Jeroen Splinterman, Hubert Stuipje en anderen.

En boven in de kist ligt een hand geschreven brief. Thomas leest de brief hardop voor:

Beste psychiatrische geneesheer,

Sedert januari van verleden jaar, een jaar met vele ongemakken, ben ik cliënt, van uw onbekende missie, de mensheid verder te helpen, door te praten met het individu. En indien noodzakelijk: Een ondersteuning met medicatie, en boksles in een kelder. Of diverse watervaste kleurpotloden om mijn frustraties artistiek te illustreren.

Ik slik nu al enkele maanden, de halve pil, tegen sociale angsten, maar er is in mijn situatie weinig verandering gekomen. De halve pil doet me te weinig, en de hele pil is mij te heftig.

Na jaren van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, op zoek naar hulp, bij psychische problemen, ben ik nu van de regen in de drup beland. En ik kan mij niet herinneren, mij ooit zo ongelukkig te hebben gevoeld, tegenover een hulpverlener, zoals heden het geval is, nu u mij vanuit uw beroepsgebied met een kluitje in het riet heeft gestuurd. Ik erger mij aan de manier waarop de visite verloopt. De voortdurende verwijzingen naar Nederlandse spreekwoorden, die u maakt en waar u op een hinderlijke manier bij lacht.

Het ongevraagd notities maken, en de dubbelzinnige toon van het gesprek worden door mijn innerlijke ziel als schrijnend ervaren. Ik vind het een oneerlijke manier van een gesprek voeren. In plaats van de problemen te verlichten, heb ik er een probleem bij gekregen.

Een psychiatrisch geneesheer met een te groot ego, die niet goed kan communiceren.

De meest optimale vorm van respect is wederzijds respect.

In de hoop op bezinning, en misschien enige uitleg van uw kant.

James Absurdy, Amsterdam.

 

Thomas draait de volume knop van zijn muziekapparaatje weer op luider:

Hun buiken vol, maar wij zijn hongerig”, nu kijkt hij vragend naar zijn vriend, maar die zwijgt in alle talen.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

Lenteland

 

Lenteland, ik voel jouw tasten
langs zuidelijke wegen
goddelijke zonboerderijen
graslanden blakend groen
onder helder blauwe hemel

adem ik jouw zin verlangen
het draaien van de route
langs bergen over heuvels
tussen bossen onder dromen
voel ik jouw ziel happen
jouw droom verlangen

in tussenwegen voel ik
jouw dapper strijden
na al het lange winterlijden
leg jij een knoop in de zakdoek
van een hunkerende zon.

 

 

 

 

 

Maanwijn

Nu de maanwijn uit jouw tepel komt

ben ik niet langer de gulzige man

die zich vereenzelvigd met een landloper

maar drink ik keurig met een rietje

 uit jouw eenvoud en jouw zuinigheid

 

niet langer krijg ik het op mijn heupen

wanneer jij mij dubbelzinnig kietelt

op mijn neus die steeds lijkt te groeien

 

het grondpersoneel van jouw angst

maakt kennis met mijn onderbuikgevoelens

we dansen samen onder de bontmuts

van de duisternacht die ons vleugels geeft

 

dit is de meest zinvolle vrijpartij

uit mijn levensadem bij de vijver.

 

 

 

 

 


 

 

In de groene oerwouden van mijn
veel belovende dromen
de schoonheid van de natuur,
getekend door het leven,
zocht ik een weg in mijn gedachten.
Een weg langs mijn gedachte,
een gedachte langs mijn weg.
Of een plek waar ik naar toe kon.

Een binnenland om te blijven

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Liefdesbed

Als gras zo groen
we deden net
als in een droom
zo leek het vet

in de wereld
van de wolkennacht
in ’t niemandsland
van dromen

bij de winterboom
die groeide naast jouw liefdesbed
hervond ik plots de zomerpret
in een droom zo blauw, we deden het

als in het gras, zo leek het net.

 

 


© mobar. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een land is een mens

 Een land is een mens, de horizon een deur

de wereld laat zich kennen in jouw werkelijkheid

ik kom je tussen mijn papieren tegen
jouw korte grappen onder de telefoonrekening
jouw handgeschreven boodschappenbriefjes
voor thee, zeep , verse groenten en lucifers
ik zie je in mijn schilderijen
dat onbewogen gezicht met lachende wimpers
een wijsneus zonder richting in vaag kleurend licht
zelfs in mijn kleren zie ik je terug
genaaid gaatje in mijn jeans
extra lappen voor mijn knieën
een held met naald en garen
tijdens mijn maaltijden ruik ik
aan spruitjeslucht die jou vergezelde
niet van goedkope luchtjes hield
mijn dure aftershave te vlug op

in een wereld van vergankelijkheid
je hield me gevangen met jouw waanideeën
over een veranderde wereld
je had zelf geen familie geëvolueerd van aap tot mens

in filosofische ideeën over de oerbron en de behoefte
je at altijd met jouw handen
maar je wist hoe vork in steel zat
behoorlijk veel verstand van klokken

jonge blaadjes en oude bokken
die destijds altijd gelijk liepen
kom je in mijn geheugen tegen
kan die gedachten niet verliezen
je bent niet meer bij me
in het alleen zijn van vergeten

een mens is een land, een mens is een land

de verte is een bed, een horizon, een rivier

soms,
voel jij de diepten die je daalt
met fouten en vergissingen

die je vergeet in brieven die in woordenboeken zwemmen
tussen jouw oren duikt mijn essentiële ik
ik ben blij met jouw bestaan
voor het eerst alleen in jouw leven
zoals het voelt in liefde geven

 de mens is een rivier, een horizon, een verte 

er is niets uit onze werkelijkheid
te vereenzelvigen met het woord
gevonden onder een zware steen
de nacht heeft zijn verhalen
over heengaan van ratio in gevoel
weemoed die zich slijt in eenzaamheid
er verschijnen brieven aan de maan
over ooievaars met rugzakjes
van de belastingdienst die over zee zwaait
er zijn kabouters die poneren over welstand
met schijnbewegingen van voetballers
die beeldschone vrouwen laten flaneren in het licht
omdat alles is veranderd
de spiegelzee blijft te eenzaam
om tijd tot een compagnon te maken
we ontwaken iedere ochtend
om te weten dat we te laat zijn.

 

 

 

 

 

 


 

 

Berglicht

 

De schemering van ’t berglicht

was eenzaam, onheilspellend heilzaam

je zag de schaduw van de rotsen

achter iedere droom die je verloor

 

ergens achter een robuuste steen

stond een door wind beoordeelde boom

eenzaam te zwaaien naar de toekomst

in een bedelkleed gekregen van een droom.

 

Mobar

Ga naar boven