Bedroefde buurtbewoner

 

En op de spiegelgladde duistervijver
schaatsdansen de schuldeloze zwervers
dakloos dronken onder een onverlicht bestaan


rondjes, leger, van bijna dood naar heftig leven
wanend, verlangend, maar steeds geen maan
geen hemelplaneet of uitzicht uit het bordeelraam

 

maanloos is het leven van de bedroefde buurtbewoner
de halfgesloten gordijnen, erg ver van liefde vandaan
achter het schimmenrijk van droeve geesten
waar regen in regen valt en tranenzang
door de verlaten nachtelijke straten lalt, bezopen

mistroostig, verwaarloost en alleen
eenzaam op weg naar niets
tijdens een leven dat niet troosten kan

 

bedroefde buurtbewoner, eenzame aanhankelijke man

vanavond zwemt er een lekkere vis in de pan.

 

 

 

 

 


 

Ga naar boven