Iglo

Ik had er voor gekozen om actrice te worden, toen ik met Lucinda Williams in mijn rode jas door het in lentegroen getooide stadspark liep.
Ze was zo echt, haar stem, haar boezem, ze had oog voor details. De bloeiende Magnolia,de kikkers naast het gras, de matheid van mijn karakter, mijn stemmingswisselingen. Ik kreeg van haar een gehaakte boodschappentas.

De man van de talentenjacht was een elektrische kettingroker met een brede neus, of damper, zo noemde hij het zelf.
Ik moest een korte acteer auditie doen, er was een rol vacant die zich afspeelde in een Iglo op de koude Noordpool. Ik kreeg zo'n warme jas voor een Eskimo aan met een kraag van zeehondenbont, en ik moest een bittere vissoep eten om in de stemming te komen.

Ik haalde alles uit de kast om een goede indruk te maken. Ik deed alsof ik veel witte sneeuw in de verte zag, en ik stelde mij voor dat mijn man over de ijsschotsen liep met een harpoen, grote stappen met warme sneeuwlaarzen, om op eetbare vis te jagen.
Ik snoof de geur van gedroogde vis op voor mijn dromen. Een kampvuur voor de Iglo en lachende gezichten van tevreden mensen, deden de rest.

De man van de dampende werkelijkheid en de brede neus was niet onder de indruk van mijn acteer prestaties.
Het was een kille ervaring, ik ging op de fiets terug naar mijn houten huis, ik liep de woonkamer binnen en het voelde alsof ik in een sneeuwwitte Iglo was.

Mijn man was naar de bouwmarkt geweest en had alles wit geschilderd. Hij was naar het asiel geweest en had daar een witte poedel gekocht, hij was naar de dierenwinkel geweest en had daar een witte papegaai gekocht. Hij was naar de markt geweest en had daar een witte krokodil gekocht.
Hij was naar de Blokker gegaan en had daar een wit tafelservies gekocht.
Alles was zo wit, dat ik er spleetogen door kreeg, en diarree.

De zon scheen door het raam, ik was ongesteld, het was zo'n moment van tussen de gordijnen. Ik kneep met mijn ogen omdat het zo'n helder licht was. Ik zag dat er iemand aankwam.

Mijn trotse man kwam door het tuinhek de zelf aangelegde tuin binnen en hij had een lange vishengel in zijn hand. In zijn andere hand had hij een emmer met daarin een spartelende vis. Water spatte op de tuintegels, maar mijn man hield de emmer iets hoger, waardoor de vis rustiger werd.

Ik ging alvast naar de keuken om de messen te slijpen. De spiegel hing scheef en op het aanrecht stond een potje met ingelegde kappertjes. Ik was vergeten om de elektrische tandenborstel terug in de houder te zetten.





 


© Violette Z.. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
 
 
 
Wat heerlijk, de dampende werkelijkheid, en de allerlaatste zin..hilarisch.
Ik ga ze bewaren. om lekker op het strand nog eens te lezen...
Vogelvoer, leesvoer..vissen voer..het maakt niet uit, dit smaakt me wel..
 
Wonderlijk verhaaltje vol van sfeer, vond ik. De woorden, mooi aaneengeregen deden wel wat met mijn gevoel. IK vond ook dat het geheel een bepaalde rust uitstraalde, misschien niet in de onderwerpen die aangeroerd werden, maar louter voor mijn gevoel. Heel aangenaam om te lezen. 
 
 
Leestijd: ca. 2 min.
Aantal keer gelezen: 187 Aantal reacties: 2        
    
Ga naar boven