In dwaasheid van de nacht

 
In de stad ben ik weer, door grenzeloze noodzaak, het hart vol sentimenten, in dwaasheid van de nacht.
De dromen zijn verdwenen in koude winterse winden. Een nieuw jaar is begonnen. Het is zwaar om de ontheemde te zien,verdronken in zijn eigen tranen. Een nieuwe jas is snel versleten, bij weer en wind.

We moeten iedereen tegemoet treden, collega schrijvers, ministers, burgemeesters
bekende Nederlanders met zorgen kindjes. Het weer, de regen, de zon
alles komt ons tegemoet in dwaasheid van de nacht.

Op de hoek van de straat staat er een gebouw in de steigers. Er wonen gelukkig geen mensen meer. Het is nu spookachtig donker
in de straten. De wind zwiept een waas over het lantaarnlicht.

De jonge aantrekkelijke filosoof met kleren uit de kringloopwinkel en een nonchalante kijk op het leven staat in de tuin bij de rivier om de liefde te overdenken. Het is zijn dwaasheid van de nacht.
Wat is er over van het kind, misschien een boodschap in de wind, een ansichtkaart van vroeger, waar hij
herinneringen terugvindt.

 
In de stad ben ik weer, zonder aarzeling, het hoofd vol argumenten.






 

© Violette Z.. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.    
Ga naar boven