Herfstgeluiden

 

De zomer begon langzaam plaats te maken voor de herfst. Het werd vroeger donker en het werd later licht in de ochtend.
Arthur had Bjarne laten weten dat hij hem voorlopig niet meer kon helpen met de schoolopdrachten op zondagmiddag. Hij moest zijn vader helpen in de grote paprika kassen, waar de paprika’s werden geoogst. Bjarne vond het jammer, want hij vond de wekelijkste bezoekjes van Arthur aangenaam, omdat ze goed met elkaar konden opschieten. Ze hielden elkaar scherp en dat was nodig in deze tijd waar te veel afleidingen op de loer lagen.
Emma was vaak weg van huis, dan werd het huis te groot voor Bjarne alleen. Het lukte hem steeds minder goed om over zijn gevoelens te praten. De onstuimige liefde had zijn sporen achtergelaten. Maar zijn gevoelsleven was verwarrend.
De correspondentie met Kees Broodakker bood een dankbare houvast.
Op school ging het gelukkig beter, nu hij hogere cijfers haalde voor de voor hem moeilijkere vakken.

Ademland, het was de titel van een gedicht van Kees Broodakker. Een mooie titel meende Bjarne Gosse.

Emma Petronella noemde Bjarne spottend een egel, omdat hij bij al te veel bemoeienissen zijn stekels ging opzetten. Ze ging hem steeds vaker met dieren vergelijken. De ene keer was Bjarne een egel, de andere keer noemde ze de jeugdige Bjarne Gosse een ezel. Het was een nare gewoonte van haar, maar Bjarne wilde haar niet kwijt, dus hij gedroeg zich als een zandvogel en stak af en toe gewoon zijn kop in het zand wanneer zij weer over het dierenrijk liep te ouwehoeren. Wij mensen waren dom volgens haar. De mensheid had de wereld veel onheil gebracht. Ieder mens had van nature de slechtheid in zich. Het was dan ook geen wonder dat de jeugdige Bjarne steeds vaker zijn heil bij zijn vroegere klasgenoot Kees Broodakker ging zoeken. Bij Kees vond Bjarne het pure in de mens. Dat was een mooie puurheid. Bjarne nam zijn gedicht nogmaals ter beschouwing.

Kees Broodakker had de jeugdige Bjarne een nieuw gedicht dat hij geschreven had gestuurd. Vooral de laatste twee zinnen maakten indruk op Bjarne. Die woorden lazen als een uitnodiging.
Het werd nu echt herfst. De lichten gingen eerder aan, zelfs wanneer het nog niet donker was.

Dinsdag 21 september 1982. In Utrecht was de herfst nu officieel begonnen. Het moment was gekomen om de vrienden van Bjarne een woonplek in Amsturia te geven. Maarten Wolvenknaap was blij met zijn optrekje aan het Fazantenplein. Ook Kees mocht zich verheugen op een woonkamer in de fantasiestad van Bjarne.
Sinds Bjarne contact had met Kees voelde hij zich niet meer in de wurggreep van Emma. Dat was beter voor hen allebei, want het ging er af en toe heftig aan toe wanneer ze een discussie hadden. Ze was altijd scherp en alert, fijnzinnig en erudiet. Op de een of andere manier kwam het bij Bjarne binnen alsof ze hem expres niet wilde begrijpen om maar aan te tonen dat ze overal verstand van had. Ze was een vrouw van de wereld, maar Bjarne vond het hinderlijk dat ze mensen vaak niet in hun waarde liet. Alles moest altijd bijzonder zijn en exclusief. Zelfs wanneer ze haar mond hield had ze iets overheersend. Er waren dagen dat hij haar liever niet tegen het lijf wilde lopen. Dat was vaak moeilijk in hetzelfde huis. Ze begon hem ook steeds meer verwijten te maken.

Bjarne las het gedicht van Kees nog eens over. Hij las er een heuse belofte in. Het leek zowaar of het gedicht aan hem gericht was. Zou hij verliefd op Bjarne zijn? Hij vond het een rare gedachte.
Hij kon het gedicht niet uit zijn hoofd krijgen. Wat wilde Kees hem vertellen? Was er een gezamenlijke toekomst voor hen weggelegd? Hij begon hem wel steeds leuker te vinden.
De hele dag bleef hij aan Kees en zijn gedicht denken. Toen het avond was besloot Bjarne een antwoord in dichtvorm te schrijven.
Nog diezelfde avond verstuurde de jeugdige Bjarne zijn gedicht naar Kees, in de hoop dat hij het spoedig zou lezen.
In het park in Utrecht Oost verloren de eerste loofbomen de bladeren die verkleurd op de grond vielen.
Misschien had Emma wel gelijk en was Bjarne in een vorig leven een egel geweest.
Ze waren niet van gisteren, zijn lieftallige erudiete hospita en hij, minnaar en scholier.
Terwijl Emma de Nederlandse boekenmarkten aan het afstruinen was, op zoek naar eerste drukken van Couperus, Jean Genet, Gerard Reve en andere bekende door haar zo geliefde auteurs, schreef Bjarne gedichten aan zijn oude schoolmakker Kees Broodakker.

Frits en Bjarne hadden een hechte band. Door het knuffelen begonnen er rustgevende stoffen in het lichaam te werken, zowel bij de kater als bij de mens. Gerard Vroeg had ook regelmatig met een kater te maken, maar dat kwam omdat hij dikwijls te diep in het glaasje had gekeken. De eerste verhalen die hij stuurde waren vermakelijk, maar ze stonden vol met tamelijk absurde humor die Bjarne niet goed kon verteren omdat hij het naadje van de kous ervan niet begreep. Hij besloot de verhalen in een mapje te bewaren zodat hij ze later nog eens kon lezen.

Bjarne durfde de onbeholpen gedichten voor Kees niet aan hem op te sturen. Bjarne wist niets over de geheimzinnige herenliefde en Kees was immers overtuigd en praktiserend homoseksueel. Wat Bjarne wel wist was dat zijn gevoelens oprecht waren. 
Terwijl hij nog van zijn erudiete hospita hield was hij in zijn gevoelswereld steeds meer verbonden geraakt met Kees, die zo wonderschoon zijn zelf geschreven gedicht had voorgedragen op een gedichtenavond voor amateurdichters en hun huiselijke aanhang.

Later die week hoorde Bjarne dat Maarten Wolvenknaap was opgepakt door de politie omdat hij softdrugs op straat had verkocht. Het was een regenachtige herfstweek geweest. Die laatste week voor zijn verjaardag.


 

oktober 1982

De zon scheen. Op de oude in verval geraakte citaten-schutting in de Nabijbuurt schreef een onbekende zwerver in een trainingspak met een watervaste viltstift een citaat op een houten plank:
“ Niet het gebrek aan liefde, maar het gebrek aan vriendschap maakt ongelukkige huwelijken.”
Friedrich Nietzsche.
De zwerver legde de watervaste stift weer terug op de plek waar de stift altijd lag, voor voorbijgangers die plotseling iets hadden te melden.
Joop van Teil was een vaste bezoeker van de citaten-schutting. Het was een favoriete ontmoetingsplek voor eenzame mensen die in een moeilijke episode van hun leven zaten.
Joop van Teil zette zich schrap. In een overmoedige bui schreef hij een citaat op de schutting:
“Normaal is wat je zelf vindt dat normaal is.”

Ook in Utrecht Oost was het een zonnige herfstdag. De mysterieuze schrijver Jan Boter was de enige persoon op de aardkloot die het zich aantrok dat de twintigste verjaardag van Bjarne Gosse onopgemerkt voorbij was gegaan. Hij liet via zijn jeugdige compagnon Maarten Wolvenknaap weten dat er in 1983 een danszaal ter beschikking zou staan, voor het vieren van de eenentwintigste verjaardag van Bjarne.

Hoe kon Bjarne weten hoe het met een man kon zijn? De liefde? Kees was geen manlijke man en er waren natuurlijk ook andere Kezen die van de liefde hielden. Maar er was maar één Kees Broodakker en dat was de Kees waar Bjarne telkens aan dacht. Broodakker. Het verbaasde en verwarde Bjarne dat zijn liefdeshart in slechts drie weken tijd in plaats van voor zijn hospita Emma was gaan kloppen voor de fragiele homoseksueel Kees, die als achternaam Broodakker had. Het was dezelfde Broodakker die de jeugdige Bjarne wees op het bestaan van de dichtersvereniging het Vlijtige Liesje en de boeiende dichterswedstrijden die zij organiseerden voor eenvoudige mensen die van gedichten schrijven hielden.

Emma was weer een paar dagen van huis voor haar onophoudelijke werk, nodig om haar elegante eerzucht te strelen, terwijl Bjarne achterbleef met haar zwarte kater Frits en zijn ontluikende liefde voor Kees, die zichzelf had uitgenodigd voor een bezoekje aan zijn gehuurde kamer.

Bjarne Gosse voelde zich vreemd met zijn nieuwe obsessie zo binnen handbereik, maar Kees en Bjarne, wisten al het fysieke contact deskundig te ontwijken.

“Er is een gedichtenwedstrijd bij het Vlijtige liesje, Bjarne. De maker van het winnende gedicht krijgt een lekkere appeltaart.”

Bjarne realiseerde zich dat Emma van smakelijke appeltaarten hield wanneer die met echte roomboter waren bereid. Dan raakte ze weer in haar bezieling over de boomgaarden van haar reeds overleden grootouders. Bjarne voelde zich onmiddellijk verplicht deze verrukkelijke appeltaart voor haar te gaan scoren.
“Je maakt echt een kans, Bjarne. Het zijn allemaal amateurdichters”, stak Kees hem een riem onder het hart.

Bjarne voelde zich verlegen met de onhandige situatie. Kees had het goed met hem voor, maar veel liever had hij met hem gewoon een stukje appeltaart gegeten op een bankje in de natuur, dan dat hij er zoveel woorden aan vuil moest maken om zijn hospita tevreden te stellen. Hij vond Kees eigenlijk liever dan zijn in het leven zo geslaagde hospita. Dat breekbare had iets wat opwindend was. Het was een mooie man om te zien. Veranderd, veel zelfverzekerder dan vroeger. Waarom deed hij zelf niet mee met de gedichtenwedstrijd?

De mysterieuze schrijver Jan Boter was de enige persoon in de wereld die had begrepen dat de verjaardag van Bjarne niet onopgemerkt voorbij had mogen gaan. Hij stuurde Bjarne een dik boek vol met Japanse Haiku’s.
Kennelijk wist hij niet dat Bjarne enkele maanden eerder hetzelfde boek al van Emma had gekregen, uit dank voor zijn enthousiaste liefde.


 

 

Schrijver: Bjarne Gosse

 

Comments  
Ademland

Er ligt een mooiere beschaving
in het hart door ons vertrouwen
niet alle bloemen verwelken in de vaas

nu alle bomen zuurstof geven
en verschijnen in onze dromen

zie hoe de natuur tot leven komt
de volle maan die straalt bij nacht
er zit geen bijgeloof in kracht

luister naar de zachte fluistering
een diepe adem bevracht de nacht
nu ik al zolang op jou wacht

er dwaalt een bijzondere gedachte
door de voorjaarsparken van de stad

streel me voor het eerst
jouw intieme tederheid

ik heb behoefte aan liefde
hartstocht, eenvoudige passie

de nieuwe horizon is zonder muren
ik ben klaar voor spannende avonturen.

Bjarne Gosse
Ademland

Er ligt een stoffig gedachteland
achter de graanschuren van jouw stoute avonturen
het omgeploegde land wacht op nieuwe aardappelen
en regen in de herfst wanneer de vrouwen
naar de vrije vogels wuiven als afscheid

nu alle bomen zonder zuurstof sterven
in het heengaan van jouw dromen

takelt de eenzame natuur verder af
onder de halve maan bij nacht die waakt
over onze dromen heb je mij verteld
maar er waren geen horende mensen

besef ik hoe nauwkeurig stilte luistert
het ademen waar ik van heb genoten

er dwaalt een zonderlinge gedachte
door de achtertuinen van het geluk

raak me nog een keer voorzichtig aan
met wat er draalt in jouw gedachten
alles dwaalt uiteindelijk naar de horizon


het ruisen van het gemoedelijke beekje
wars van alle inktvlekken
intiem, zoals de gekte toelaat


ik heb behoefte aan genegenheid
vriendschap en eerlijke trouw

de nieuwe horizon is zonder muren
wees klaar voor nieuwe avonturen.

Schrijver: Kees Broodakker
Add comment