1982 Begeerte 5
Het laatste hoofdstuk van het boek “De mecenas en de kunstverslaafde” had Bjarne nog niet gelezen. Hij was er niet aan toe gekomen door al het praten van Emma Petronella. Hij kreeg veel informatie te verwerken in een korte tijd.
Blij was hij dat Frits de kater niet kon praten, zijn miauwen en geknor waren goed te begrijpen. De theorieën van Emma Petronella begreep de jeugdige Bjarne niet altijd.
Ze had het steeds weer over de muze van de poëtische gedachtewereld.
Zij was een gedreven vrouw, ze zag allerlei verbindingen tussen beeldende kunst en geletterde kunst.
Bjarne kon er vaak geen touw aan vast knopen omdat hij zich met zijn examen bodemkunde moest bezighouden. Toch bleef hij vaak nadenken over wat zij had verteld.
Hij leefde, na het lezen van de eerdere hoofdstukken, in de veronderstelling dat de Parijse kunstschilder Ancel Favre, in het boek van de bekende schrijver Karel Krampool zijn afperser in het laatste hoofdstuk om het leven zou brengen door middel van vergiftiging. Op dezelfde manier als twintig jaar eerder zijn beide ouders.
Toen hij eindelijk aan het laatste hoofdstuk begon werd hij geconfronteerd met een lugubere ontknoping. Ancel Favre vergiftigde niet zijn afperser. Hij vergiftigde zichzelf. De laatste bladzijde was een gedetailleerde omschrijving van zijn doodskramp en vernederende pijn.
Het kwam bij Bjarne binnen als een schok! Dagenlang had hij gedacht dat Ancel Favre met zijn afperser zou afrekenen, maar hij kwam tenslotte zelf op een gruwelijke manier aan zijn einde. Het was alsof Bjarne het boek wilde verscheuren, kwaad en gefrustreerd was hij door dit absurde einde.
Was dit dat de literatuur die Emma Petronella zo geweldig vond? Moest Bjarne dit lezen voor school? Een zelfmoordenaar die twintig jaar eerder zijn beide ouders had vermoord. Dat er nog een vervolg op het boek was geschreven wist Bjarne niet.
Een paar uur lang bevond hij zich in een diepe put, waar zelfs Frits de kater hem niet uit kon krijgen. Het boek had hem gefascineerd, maar het hele verhaal was eigenlijk van een wrede werkelijkheid, waar hij niet in wilde geloven.
Bjarne Gosse dacht dat hij een goede lezer was, maar de schrijver had hem op het verkeerde been gezet.
De tragiek van het boek leek in zijn eigen leven door te klinken als een dwaze echo op een eenzame avond.
Na het gekookte visje dat hij klaargemaakt had voor Frits ging de jeugdige Bjarne in bad. Hij probeerde zich te ontspannen met het warme water rond zijn lichaam. Hij fantaseerde dat Emma Petronella op datzelfde moment in een hotel in Madrid in bad lag, en dat ze aan hem dacht terwijl de badschuim bubbels rond haar fraaie tieten dreven. Maar Emma zat op dat moment in La Casa del Abuelo, een bekende tapasbar in Madrid om te genieten van pittige garnalenhapjes. Ze was daar met een donkere Spaanse kunstenaar, die er op uit was om haar voor de liefde te versieren. Hij wilde met haar een wilde nacht in zijn luxueuze appartement doorbrengen. Een modern onderkomen dat voorzien was van een zwembad.
Terwijl zijn intelligente hospita Emma Petronella zich in Madrid vermaakte met haar warmbloedige minnaar, begaf Bjarne zich geregeld naar de tweede woonkamer.
Die geheime kamer alwaar een levensgroot naaktportret van zijn aanbiddelijke hospita boven de luie stoel regeerde als een godin die hem zijn kleinheid liet zien. Zijn verliefdheid werd hopelozer wanneer hij naar de verflagen en de beeltenis van Emma keek. Haar geschilderde pose werd wilder dan dat die door de kunstenaar was bedoeld. Het verbaasde Bjarne dat een kunstenaar zo goed de intieme details van deze dames had weten te schilderen. Het portret van Emma in bevallige pose was een meesterwerk. De tepels waren een ware delicatesse als toefjes karamelroom met een subtiele penseeltoets opgebracht. Die blonde haren, hoe had de schilder dat voor elkaar gekregen? Ze leken levensecht! Bjarne zou ze zo zijn gaan strelen.
Bjarne voelde zijn liefde heiliger worden in de luie stoel die zijn geest activeerde tot intieme overpeinzingen. De tweede woonkamer werd voor Bjarne een pelgrimsoord. Hier heerste zijn naakte godin en hospita, geschilderd door misschien wel de beste schilder ter wereld.
Soms zat Bjarne met een glas cognac in zijn hand naar haar ogen te staren. Dit had de schilder met grote vaardigheid gedaan. Die ogen leken hem terug aan te staren. Het leek alsof ze contact hadden. De knappe hospita op het schilderij en Bjarne Gosse.
Soms keek hij minutenlang naar die ogen. Dan kwamen er verhalen in zijn geest. Hij schreef ze op en bewaarde ze in een map die eigenlijk voor school was bedoeld. Het waren vreemde verhalen, de personages leken niet op hemzelf. De karakters leken niet op Emma Petronella. Het waren wezenloze wezen die dwaalden en vreemde verhalen schreven. Vreemdelingen uit een ander universum.
Ook bleef Bjarne zijn drang om gedichten te schrijven trouw. Wanneer de jeugdige Bjarne er de tijd voor had haalde hij zijn Havermoutschrift te voorschijn.
Dromen van de boekenkast
Fantasie van zuchtend landschap
zonder zweet van verwarring
argeloze creatieve heimwee
toen het zomerde in de stad
weer alleen in het verleden
in de stralen van de zon
met wuivende bomen
muziek van natuur
beschaving in stilte
opnieuw vervreemdende
erotiserende schoonheid
langs niet bestaande wegen
en onwerkelijke geschiedenissen
in de dromen van de boekenkast.
Hector Havermout