1982 Taal van de zomer 37
De vele wolken die over het land bewogen hadden de zomer een weemoedig karakter gegeven. De jeugdige Bjarne hield zichzelf in zijn fantasiewereld een nieuwe droom voor. Hij mocht alles aanraken wat hij lief vond. Frits de zwarte kater was helaas de enige die dat begreep. Emma kwam chagrijnig terug van de bloemenmarkt. De paarse gladiolen waren uitverkocht en dat terwijl ze drie bossen apart had laten zetten. Het kwam die avond niet meer goed tussen Emma en Bjarne. Ze was niet meer haarzelf zonder de gladiolen. Ze had iets vreemds met bloemen. Ooit stond er een bos witte rozen in een vaas. En die rozen waren al lang uitgebloeid. Maar ze liet die vaas met de verwelkte rozen alsmaar staan. Ze kon er geen afscheid van nemen. Ze hield van verwelkte bloemen in de rokerige ruimte van haar riante woonkamer. Bjarne had haar niet verteld dat hij het verhaal van de bekroonde Amsterdamse schrijver Alfons Bortano had gelezen. Ze was met hoofdpijn naar bed gegaan. Chagrijnig en moe. Alsof ze de loden last van de zorgelijke wereld onder haar hoofdkussen had gelegd.
“Blijf dicht bij jezelf.” Bjarne hoorde het Emma Petronella steeds weer zeggen, nadat ze de liefde hadden bedreven in haar zomerse tuin. Bjarne had haar opgebiecht dat hij ook op mannen viel en ze had daar vrij luchtig op gereageerd. Ze had hem niet nodig voor de liefde met haar stinkrijke aanbidders overal ter wereld.
Eindelijk hield het op met regenen. Bjarne bekeek de klassenfoto van de Middelbare Tuinbouwschool. Carla, Trudy, Arthur. Ze zagen er gezond en energiek uit.
Wat zouden ze ervan vinden dat Bjarne het met zijn zestien jaar oudere hospita deed?
Midden in de nacht sloop hij naar de slaapkamer van zijn betoverende muze. In het maanschijnsel dat door de gordijnen scheen zag hij haar fraaie gezicht, mooier nog dan op het schilderij dat hij zo lang had bewonderd.
Hij hield nog steeds zielsveel van haar.
Emma bleef hem verbazen.
Steeds vaker begon hij zich te realiseren dat zij waarschijnlijk overal verstand van had. Hij twijfelde zelden aan haar woorden. Hij had nooit gedacht dat zij in sprookjes zou geloven. Hij had zich vergist. Ze had een oud sprookjesboek gekocht op een boekenmarkt. Ze was dat boek gaan lezen en nu was ze helemaal in de ban van sprookjes.
De ingewikkelde relatie was alles behalve een sprookje. Bjarne wist dat ze vreemd ging, maar hij hield wijselijk zijn mond omdat hij bang was dat ze hem op straat zou zetten. Ze was en bleef zijn hospita. De liefde stond op een laag pitje. Bjarne trok steeds vaker met Peter Halm op. Die stelde Bjarne aan allerlei mensen voor en dat was vaak gezelliger dan de monologen van Emma. De jeugdige Bjarne hield nog wel van haar, maar de aantrekkingskracht was wat minder geworden. Bjarne voelde dat er een andere man was. Een andere minnaar die belangrijker was dan hij.
Bjarne was niet verliefd op haar schoonheid, haar leeftijd kon hem niets schelen. Hij was verliefd op haar intellect. Haar vermogen om kunst en cultuur te begrijpen. Haar sociale vaardigheden en haar wilskracht om iets in het leven te bereiken.
Het was niet voor niets dat zij zulke belangrijke vriendschappen onderhield.
De telefoon rinkelde. Bjarne nam op en herkende onmiddellijk de stem van Berend.
“Hallo Bjarne, zou jij mij de boeken van Albert Camus en Vestdijk willen teruggeven. Een van mijn vrienden wil ze graag lezen en jij komt er waarschijnlijk toch niet aan toe door alle boeken die je van jouw hospita hebt gekregen.” De stem van Berend klonk vriendelijk en zelfverzekerd.
“Ja, ik heb die boeken hier inderdaad nog in mijn kamer liggen. Ik heb in die boeken van Camus wel iets gelezen, maar ik zal ze je terugbrengen binnenkort zodat je vriend ze kan lezen. Net als die boeken van Vestdijk.” antwoordde Bjarne vriendelijk omdat hij goed bevriend was met Berend. Het was een kort telefoongesprek. Bjarne keek eens goed om zich heen.
Emma Petronella had de woonkamer in sprookjessfeer veranderd. Allerlei snuisterijen met een historische achtergrond. Kleedjes van zijde. Sierlijke kandelaars. Ze bleef maar spulletjes aandragen. Kennelijk was de relatie met de opruimgoeroe weer voorbij.
De jeugdige Bjarne zag het met lede ogen aan. Het kwam steeds vaker in hem op dat ze in de war was. Ze sloot zich voor hem af. Af en toe beklaagde zij zich omdat hij weinig tijd had om naar haar te luisteren. Ze vond het niet nodig dat Bjarne zoveel met Peter optrok. Hij had verkeerde vrienden, daar moest Bjarne voor oppassen.
Verkeerde vrienden zouden zijn onbevangen karakter kunnen beïnvloeden. Emma liet steeds vaker merken dat ze bang was dat Bjarne het verkeerde pad in zou slaan. Haar angst kon hij moeilijk begrijpen. Het voelde als bemoeizucht.
Iemand niet de mogelijkheid geven zelf belangrijke keuzes te maken. Overal drukte ze haar vingertje op.
De jongeling Bjarne probeerde haar soms te ontlopen. Dan liep hij in de stad te slenteren met de examenstof in zijn gedachten.
Zijn gedachten dwaalden weer naar Arthur.
Bjarne kon Arthur simpelweg niet loslaten. Het 'overwinnen' van zijn geaardheid was een illusie.
De hospita bleek slechts een afleidingsmanoeuvre voor zijn ware verlangen.
Arthur bleef het ultieme symbool van acceptatie. Bjarnes gedachten zochten telkens de weg van de minste weerstand. De aantrekkingskracht bleek sterker dan de sociale controle.
Hoe harder Bjarne probeerde 'normaal' te zijn, hoe verder hij emotioneel van Arthur verwijderd raakte. Bjarne praatte zichzelf aan dat zijn gevoelens voor Arthur slechts bewondering waren.
Arthur vertegenwoordigde alles wat Bjarne wilde zijn: populair, zelfverzekerd en onaantastbaar.
De intimiteit met de hospita voelde niet als een overwinning, maar als een verplicht nummer.
Hij hield van Emma, maar het was een onvolledige liefde.