1982 Taal van de zomer 48

 

Er stond weer een bericht op het antwoordapparaat van Emma. Het was zijn klasgenoot Arthur die met Bjarne wilde praten. Hij vroeg of hij een keer koffie kon komen drinken. Het liefst op een zondag, want dan hoefde hij niet te werken.

Het was toevallig zondag, en Bjarne bedacht zich dat Arthur hem wellicht met de opdrachten van wiskunde kon helpen. Zonder te aarzelen belde hij Arthur op en vroeg hem die middag naar het huis van Emma te komen om samen koffie te drinken.

Arthur zag er charmant uit, toen hij voor de deur van het huis stond.

Arthur rechtte zijn schouders en haalde diep adem. De avondlucht deed zijn longen goed. Hij wist dat Bjarne het zwaar had, en de drang om hem te beschermen was sterker dan de angst voor zijn eigen kwetsbaarheid. Toen hij zijn hand ophief naar de bel, voelde hij een bekende tinteling in zijn borst. Het was geen gewone vriendschappelijke bezorgdheid meer; dit was het moment waarop hij zijn eigen verliefdheid niet langer wilde negeren. Hij wilde het voelen, toelaten en er simpelweg voor Bjarne zijn.

Met speels gemak legde hij uit hoe de opdrachten van wiskunde gemaakt moesten worden. Bjarne luisterde aandachtig en voelde zich meer en meer thuis met de erudiete Arthur in zijn nabijheid. Het was toch minder ingewikkeld dan hij had gedacht.

“Wat een mooie tekeningen Bjarne. Heb jij die gemaakt?”, vroeg Arthur terwijl hij naar de tekeningen aan de muur van de kamer van Bjarne keek.
“Ja, dat is een hobby van me. Ik heb les gehad van de kunstenaar Peter Halm, daar heb je misschien wel eens over gehoord”, antwoordde Bjarne zelfverzekerd. De gulle lach van Arthur was aanstekelijk. Zijn ogen straalden olijke energie uit en fonkelden van plezier. Het was nu officieel, ze waren vrienden! Arthur en Bjarne.

Het was leuk geweest, de spontane wiskundeles van de tuinderszoon Arthur. Bjarne had nooit gedacht dat ze vrienden van elkaar zouden worden. Hij verheugde zich op de volgende les, die Arthur hem enthousiast had beloofd.

Emma was weer eens op reis voor haar werk, maar de jeugdige Bjarne voelde zich minder eenzaam dan voorheen omdat hij vaak brieven schreef met zijn vroegere klasgenoot Kees Broodakker. Deze ochtend lag er weer een brief op de deurmat, met zijn kenmerkende handschrift.

“Hallo beste Bjarne,

Jammer dat je deze zomer geen tijd hebt kunnen vinden voor het schrijven van nieuwe gedichten over de dierenwereld. Ik vind het altijd bijzonder om ze te lezen. Ik heb nagedacht over wat jij over jouw geliefde Emma had geschreven. Het is goed om haar in haar waarde te laten. Het zal wel een bewuste keuze van haar zijn geweest om het niet aan de grote klok te hangen. Ik kan me daar levendig iets bij voorstellen.

Ik heb ook nagedacht over wat jij over Judith hebt geschreven. Sommige mensen kunnen inderdaad niet tegen kritiek en voelen zich dan gelijk aangevallen. Ik denk dat het komt omdat het ze persoonlijk raakt. Mijn bezwaar tegen veel spiritueel ingestelde mensen is dat ze er aan voorbijgaan dat ieder mens zijn eigen zoektocht heeft. En dat die zoektocht nooit alleen een zoektocht naar licht en liefde kan zijn, maar dat er ook negatieve en duistere zaken van invloed zijn. De goed bedoelde adviezen slaan dan als een tang op een varken omdat iedereen het recht heeft om zelf te leren en die leerschool variabel is. Daarom ben ik van school afgegaan. Ik kon niet wennen aan het leersysteem.

Later heb ik me laten testen. Toen is gebleken dat ik hoogbegaafd ben. Mijn gedachten gaan vaak wat sneller dan die van andere mensen en ik heb een repeterend geweten. Ik vraag me voortdurend af of ik de juiste keuzes maak en of ik daarmee goed bezig ben. Je weet dat ik af en toe van het pad ben afgeraakt. Seks, drugs en hardrock, maar tegenwoordig hou ik weer van het polderlied. Ik heb geen nieuwe cavia meer aangeschaft. Ik wil geen huisdieren meer. Ze gaan altijd plotseling dood op momenten dat niemand het aan ziet komen.

Ik denk dat je er beter aan doet jouw lieve Emma niet met jouw bevindingen te confronteren. Praat er anders een keer met Peter Halm over, die kan de situatie beter inschatten dan ik. Ik ben een beetje bang dat het tussen jou en Emma zal komen te staan wanneer je er wel over gaat beginnen. En wat doet het er toe, ze is nu de Emma die ze voor jou is geworden.

Ik wijs het gedachtegoed van die spirituele genezers niet af. Judith is een schat van een vrouw. Waar ik moeite mee heb is dat het vaak zo elitair wordt, een soort glazuurlaagje over waar het werkelijk omgaat. Het leven bestaat niet slechts uit licht en liefde, dus waarom is het zinvol dat telkens te beweren. Ik kan gelukkig nog wel met Judith door een deur, want ze inmiddels weer een paar kilo afgevallen door de volle graanbiscuits en de brandnetelsapkuur.

Ik hoop dat je binnenkort weer tijd kunt vinden om mij nieuwe gedichten te sturen beste Bjarne.
Tot die tijd wens ik je veel licht en liefde toe. Weet je, ik heb nog nooit zoveel over mezelf verteld. Ik ben nog nooit zo open over mezelf geweest als tegenover jou. Misschien ben ik niet rijk aan woorden en kan ik mijn gevoelens niet goed uiten. Maar ik wil je bedanken! Bedankt voor het geven van deze vreugde, bedankt voor het geven van je warmte. Ik dacht dat ik helemaal zonder vrienden zou blijven vanwege mijn oriëntatie. Maar ik ben blij dat je in mijn leven bent gebleven. Overdag is er geen beter moment voor mij dan wanneer ik je brief zie! Ik vind je echt leuk Bjarne. En niet alleen als een vriend, maar ook als een man. Bedankt voor je geweldige foto's. Bedankt voor je mooie woorden. Dankjewel dat je me blij maakt!
Ik ben verkouden geweest. Maar nu gaat het weer beter.

Groetjes, Kees Broodakker. “




Add comment