Voorjaar 1999

 

Bjarne probeerde de essentie te begrijpen van de dwaze droom waarmee het voorjaar van 1999 begon. Wat was begonnen als een romantisch sprookje had nu de inhoud van een scene uit een horrorfilm. Eerst was het een mooie droom, later werd het een angstaanjagende nachtmerries. Het werd de hoogste tijd dat hij leerde om schepen achter zich te verbranden. Het verleden was te zwaar voor zijn rugzakje, hij wilde niet al die ballast meenemen naar de volgende eeuw.

Bij het Troebel Water Collectief was er een nieuw persoon verschenen. Een gedrongen man, een beetje te dik, met de grijns van een dronken man op zijn gezicht. Hij had een markante naam en bijbehorende manieren. Hij straalde van nature gezag uit, maar hij was zo gek als een deur. Het duurde niet lang totdat Jochem Slijk de nieuwe voorzitter werd van het T.W.C.

Eerst leek er een fantastische stimulans uit te gaan van deze nieuwe gek in het collectief, maar als snel werden de onderlinge relaties tussen de leden veel ingewikkelder door het psychologische werk van deze fantast. Bjarne was blij met nieuw leven in de brouwerij. De twee raakten min of meer bevriend. Een fatalistische misrekening van Bjarne die hij al snel moest bekopen.

De ongewenste intimiteiten werden steeds opdringeriger. Bjarne ging minder vaak naar het atelier. De regels voor de sociëteitsavonden werden verscherpt. Het mocht allemaal niet baten. Het irritante gedrag nam grensoverschrijdende vormen aan. Bjarne trok aan de bel, maar zijn klachten werden niet serieus gevonden.

Bjarne was steeds vaker in Utrecht te vinden bij zijn beste vriend Berend. Daar kon hij bij mooi weer in de tuin werken en daar woonden ook zijn kattenvrienden.

 


 

Zomer 1999

 

Astrid zei met een dramatische ondertoon dat de laatste zomer van de eeuw was begonnen. Het leek bijna alsof er daarna nooit meer zomers zouden komen. Ze was duidelijk aan vakantie toe.

De zomer van 1999 stond voor Bjarne in het teken van het schilderen. Hij was wat nieuwe dingen aan het proberen met acrylverf op doek. In de tuin van Berend was er genoeg ruimte om te experimenteren.

Het was Bjarne gelukt om bij kunstuitleen “Veelzeggend gesproken” enkele werken op papier in de collectie op te laten nemen. Hij kreeg er een bescheiden huurvergoeding voor. En hij werd uitgenodigd om in de toekomst nog eens langs te komen met nieuwe werken.
Het was een kunstuitleen met werken van mensen met een psychiatrische achtergrond. Er was allerlei werk te vinden, van academisch tot autodidact, van imitaties tot authentiek. Er waren meerdere leden van het Troebel Water Collectief die er werken in de collectie hadden van deze kunstuitleen in Amsterdam West.

In de zomer was Bjarne vaak in de tuin van Berend te vinden. In de avonduren, wanneer het donker was schreef Bjarne korte verhalen of hij luisterde naar muziek. Er waren songteksten die zoveel waarheid in zich hadden, dat het Bjarne inspireerde
om zijn eigen waarheid te vinden.
“Players only love you when they're playing” was een zin uit een song van Fleetwood Mac, gezongen door de blonde Stevie Nicks.
(Dreams). Het bleek maar al te vaak waar te zijn.
“Still a man hears what he wants to hear and disregards the rest” was een zin uit een song van Simon and Garfunkel.
Ook dat kwam Bjarne vaak tegen in zijn leven. Het gaf de songs nog meer persoonlijke betekenis voor Bjarne, die graag naar muziek luisterde. De meeste mensen waren doof voor werkelijke argumenten, lieten zich graag wat wijs maken, wanneer het in hun straatje paste. Bjarne was niet de enige die in een eigen fantasiewereld leefde. Er waren ook anderen, sommigen deden net alsof, anderen gaven het ruiterlijk toe.

Muziek gaf troost, gezond eten was belangrijk, en gedichten lezen zorgde voor gedachtenvoedsel.

 

 


 

 

 

 

Schrijver: Bjarne Gosse

Add comment