oktober 1990
Oktober 1990. De bladeren vielen in dikke hopen langs de grachten en de zijstraat van het Mercatorplein rook naar nat asfalt en herfst. Het trappenhuis boven Bjarne was sinds de politie-inval in september leeg en ijskoud; de ongewenste geluiden van de boevenbende hadden plaatsgemaakt voor een bijna tastbare stilte.
Dankzij het geld en de bonus van het Utrechtse advocatenkantoor had Bjarne financiële rust. Hij hoefde de deur niet uit. De woonkamer was nu definitief veranderd in een productieve werkkamer. Er stonden vier nieuwe houten frames tegen de muur, klaar om bespannen te worden. De sneldrogende acrylverf had hij opgeborgen; voor zijn nieuwe serie koos hij weer voor de tragere, zwaardere geur van olieverf.
Het oude Hector Havermout schrift lag nog altijd op de slaapkamer. De brief van Berend zat erin gevouwen, als een bladwijzer bij de zomer van 1990. Op een donkere oktoberavond, na het drinken van een kop sterke, zwarte koffie, voelde hij de drang om de stilte te doorbreken. Niet op doek, maar op papier. Hij sloeg het schrift open en schreef over zijn gemengde herinneringen aan Arthur.
Na het drinken van een tweede kop sterke koffie zette hij de pen opnieuw op het papier. Dit keer schreef hij over zijn erotische ervaringen met de macho Arthur.
Het schrift, dat al vol stond met waarschuwingen aan zichzelf en opmerkingen over de vergankelijkheid van de tijd, vulde zich nu met ondubbelzinnige bewoordingen. Bjarne spaarde zichzelf en de herinnering niet. Hij schreef over de pure, fysieke dominantie van Arthur, de nachten die bol stonden van spanning en de ongetemde mannelijkheid die hem destijds zowel had aangetrokken als angst had ingeboezemd. Het was een schril contrast met de zoete begeerte en de serene rust van het duinhotel met Kees. Waar Kees symbool stond voor een gelaagde, emotionele liefde, was Arthur een storm van pure lust en fysieke overgave geweest.
Toen hij de pen neerlegde, glansde de inkt op de bladzijde. Het Hector Havermout schrift was nu completer. Het bevatte zijn hele spectrum: de tederheid voor Kees, de gecompliceerde realiteit met Astrid, en de rauwe, erotische herinneringen aan Arthur.
Bjarne sloeg het Hector Havermout schrift dicht en legde de pen weg. De kamer rook naar de zware herfst en de herinnering aan Arthur hing nog tastbaar in de lucht. Om zijn tollende gedachten te kalmeren, liep hij naar de slaapkamer en pakte het boek van James Absurdy van zijn nachtkastje: 'Hoe maak ik mezelf begeerlijk'.
Hij nam het lastige boek mee naar de woonkamer en nestelde zich in zijn favoriete stoel. Het was een stroeve tekst, vol ingewikkelde theorieën over psychologie, aantrekkingskracht en de façade van de menselijke identiteit. Bjarne sloeg het open op een gemarkeerde pagina in het midden van het boek. Zijn ogen gleden over de strakke regels:
"Begeerlijkheid ontstaat pas wanneer het individu stopt met het charmeren van de ander, en de rauwe, ongetemde delen van het eigen ego durft te omarmen. De schaduwzijde van de lust is de motor van de ware aantrekkingskracht."
Bjarne hield zijn adem in. De woorden van Absurdy raakten hem rechtstreeks. Hij dacht onmiddellijk terug aan wat hij net in zijn schrift had genoteerd. De zoete, veilige herinneringen aan Kees in het duinhotel waren troostend, maar het was de rauwe, erotische dominantie van Arthur die hem destijds had gedwongen om zijn eigen grenzen en verlangens onder ogen te zien. Dat was precies de schaduwzijde waar Absurdy over schreef.
Hij sloeg het boek met een zachte klap dicht. De theorieën in het boek waren ingewikkeld, maar hier, in de anonimiteit van de Baarsjes, begon hij ze eindelijk te begrijpen. Hij hoefde zijn verleden en zijn passies niet uit te wissen om een betere toekomst te krijgen. Hij moest ze simpelweg durven bezitten.
Bjarne keek naar de lege schildersezels die in het halfduister van zijn werkkamer stonden te wachten. De rust die hij zocht zat niet in het vluchten voor Astrid, of in het wegstoppen van Arthur en Kees. Het zat in de transformatie. Hij stond op, liep naar zijn werktafel en pakte voor het eerst in weken de tubes olieverf. Hij wist nu precies welke vormen en dynamiek zijn nieuwe serie moest krijgen.
Bjarne pakte een brede, varkensharen kwast van de werktafel. Het hout van de steel lag stevig in zijn hand. De haren waren stug. Ze waren perfect voor de dikke, stugge lagen olieverf die hij wilde gaan aanbrengen.
Hij kneep grote klodders verf rechtstreeks uit de tubes op zijn palet. Geen zachte, vloeibare acrylverf dit keer. Dit was rauwe, vette olieverf. Gitzwart, diep bloedrood en een agressieve toon paars. De geur vulde direct de ruimte. Het verdreef de laatste resten van de herfst kou uit de werkkamer. Hij dacht aan de lessen van James Absurdy. Hij dacht aan de rauwe energie van Arthur. Bjarne zette de penseel met een harde, dwingende beweging op het witte canvas. Het doek gaf een doffe klap onder de druk van zijn hand. Hij trok een brede, zwarte baan recht door het midden. Geen twijfel meer. Geen angst voor het verleden. Dit was geen abstracte nacht zoals voor het advocatenkantoor. Dit was de pure, fysieke herinnering aan de sessies met Arthur.
....